Handwerktechnieken van overal ter wereld

Laatste

Mythe en werkelijkheid rond het ontstaan van de Aran-breitechniek

Aran fisherman sweater in bainin wol

Een van de populairste breitechnieken is Aran-breien, het breien van kabels en andere driedimensionale patronen, vooral gebruikt voor truien en vesten. De techniek dankt zijn naam aan de Ierse Aran-eilanden, gelegen in de Atlantische Oceaan. Deze eeuwenoude traditie wortelt in de Keltische cultuur en de verschillende gebruikte breipatronen hebben alle een speciale symboliek. De combinatie van prachtig breiwerk met een boeiende geschiedenis maakt dit een perfect onderwerp voor deze weblog. Het onderzoek naar de achtergronden van deze traditie werd een heel verrassende!

De Aran-eilanden
De Aran-eilanden in de baai van GalwayAan de westkust van Ierland, dus aan de Atlantische zijde, liggen in de baai van Galway drie eilandjes: van west naar oost Inishmoor (veruit het grootste eiland), Inishmaan en Inisheer. De eilanden zijn zeer rotsachtig en op sommige plaatsen rijzen de rotsen wel 25 meter recht uit zee omhoog. Het uiterlijk van de eilanden is gevormd in de Late IJstijd. Door het rotsachtige oppervlak groeien er geen bomen. Landbouwgrond werd van oorsprong verkregen door met losse stenen muurtjes te maken en het zo afgebakende stuk rots werd bedekt met een mengsel van zeewier en zand, waar na een tijd wat gras op wilde groeien en aardappelen werden geteeld. Aardappel- en veeteelt vormden, naast de visserij, de enige economische activiteit op de Aran-eilanden.

Aran-eiland Inishmoor

Archeologisch onderzoek toont aan dat er al 4300 jaar mensen op de eilanden woonden. Er zijn nog bouwwerken te vinden die stammen uit de periode 800 – 400 jaar voor het begin van onze jaartelling. Geschreven geschiedenis toont aan dat de Arans vanaf 1587, tijdens de regering van Elizabeth I, een kroondomein vormden, uitgegeven aan Engelse leenheren. Rond 1744 komen de eilanden in handen van de Digby-familie, totdat de Ierse regering in 1922 de familie voor £ 12.000 uitkocht en het land verdeelden onder de bewoners. Naast de uiterst benarde leefomstandigheden die de eilanden haar bewoners bood, diende zij nog een aanzienlijk deel van hun beperkte inkomsten af te staan als pacht. Door de vervolging van de katholieke Ieren door de protestante Engelsen vluchtten velen naar deze afgelegen, maar arme gebieden. In 1841, kort voor de beruchte Aardappelhongersnood, leefden op Inishmoor, verreweg het grootste eiland, 2600 mensen. Immigratie, zowel naar het vasteland van Ierland als naar de VS, en hongersnood heeft de bevolking teruggebracht naar circa 800 nu. Visvangst en toerisme (met zo’n 150.000 bezoekers per jaar) zijn tegenwoordig de belangrijkste inkomstenbronnen.

Geschiedenis van de Aran-breitraditie
Doordat de straatarme bevolking van de Arans ongeletterd was en de Engelse heren van Aran zich nooit op de eilanden vertoonden zijn er geen oude schriftelijke bronnen over de leefwijze van de bewoners, laat staan over hun breitraditie. De oudste beschrijving van Aran-Aran-wol spinnenbreitechniek zijn behoorlijk recent: boeken van Gladys Thomson (1975), Shelagh Hollingworth (1982) en onderzoek van de Duitser Heinz Edgar Kiewe, gepubliceerd in 1971. Hieruit komt het volgende beeld van een Aran-trui naar voren: een schipperstrui, gebreid van lokaal gesponnen, ongewassen wol van iets dikker dan DK-dikte, voorzien van complexe, driedimensionale, verticale motieven als kabels, ruiten en diamanten. Het basisontwerp bestaat uit een groot, verticaal paneel in het midden, symmetrisch geflankeerd door kabels aan weerszijden. De wol is traditioneel ongeverfd en dus crèmekleurig, in Iers ‘bainin’ genoemd. Opvallend is dat, in tegenstelling tot veel andere truien van de Britse eilanden, Aran-truien niet rond-, maar platgebreid worden (dus met twee eenpuntige breinaalden).

Heinz Edgar Kiewe kocht in 1936 in een winkel op het vasteland van Ierland een trui die als oudste voorbeeld van een traditionele Aran-trui kan gelden. Een afbeelding hiervan staat in het boek van Gladys Thomson, Patterns for Guernseys, Jerseys and Arans. Kiewe was, zoals hijzelf schrijft, zeer geïnspireerd door de leefwijze van de Aran-bewoners, zoals hij die had leren kennen via Robert Flaherty’s documentaire ‘Man of Aran’ uit 1934. Ondanks het gebrek aan schriftelijke bronnen construeerde hij een geschiedenis van de Aran-breitraditie, die beïnvloed werd door contacten van Aran-zeevaarders, zover als Marokko, en de invloed van de Kelten, Vikingen en zich op Aran vestigende monniken van elders uit Europa. Tevens verwees hij naar afbeeldingen in het beroemde Book of Kells uit ongeveer het jaar 800, dat breiwerk in Aran-stijl toonde.

Robert Flaherty's documentaire 'Man of Aran' uit 1934 afspelen

Hij beschreef ook hoe iedere familie op de Aran-eilanden zijn eigen, kenmerkende patronen gebruikte. Dat had een belangrijke reden. Als een zeeman in ruwe zee overboord sloeg en verdronk, en zijn lichaam uiteindelijk ergens aanspoelde, kon men het slachtoffer vaak alleen aan de hand van de specifieke patronen van de trui die hij droeg nog herkennen. De familie kon zo op de hoogte gesteld worden, waarbij het de kleding van de overledene ontving, terwijl het slachtoffer dichtbij de plaats waar hij gevonden was begraven werd.

De mythe ontrafeld
Bij het bronnenonderzoek voor dit artikel heb ik onder andere de film Man of Aran bekeken. Bij deze interessante documentaire over het leven op Aran uit 1934 viel mij één ding op: ik zag geen Aran-truien. Nu kan dit aan de kwaliteit van de film liggen: zwart/wit en uit 1934. Eén ding was echter overduidelijk: ik zag geen enkele lichte, dus bailin-gekleurde trui. Vreemd. Bij verder onderzoek kwam ik Aran - traditioneel geklede vissers (1910)meer ontkenningen van het ‘onderzoek’ van Kiewe tegen. Er bestaat een foto uit ongeveer 1910 van vier mannen van Aran in traditionele kleding van die tijd. De mannen dragen wel degelijk schipperstruien, maar zeker niet wat we tegenwoordig als Aran-truien zouden herkennen; het zijn meer ganseys, waarschijnlijk van de Schotse eilanden, duidelijk een commercieel ontwerp, want enkele hebben hetzelfde model. Aannemelijk is dus dat deze truien gekocht zijn en afkomstig van overzee, dus niet gebreid op Aran door een liefhebbende echtgenote. Ook op andere filmbeelden van Aran uit de jaren ’50, ’60 en ’70 zie ik geen schippers die Aran-truien dragen. Hoe kan dat?

Book of Kells - openingspagina evangelie van MarcusBedenkt u nog even dat er geen oude schriftelijke bronnen bestaan over de Aran-breitraditie. Hoe Heinz Edgar Kiewe zijn onderzoek verricht heeft is niet duidelijk, maar hij is in ieder geval nooit op de Arans geweest. Over de bronnen van zijn onderzoek is niets bekend, waardoor het in wetenschappelijke kringen niet serieus wordt genomen. Zijn verwijzing naar het Book of Kells als oudste ‘bewijs’ dat er al heel lang Aran-breiwerk bestaat is uiterst discutabel. Hij verwees concreet naar de openingspagina van het evangelie van Marcus, waar linksboven een man in een gebreid tuniek in Aran-stijl afgebeeld is. Wanneer u de afbeelding hiernaast vergroot ziet u inderdaad een man in een tuniek, maar nergens valt uit af te leiden dat de patronen niet geborduurd, geappliceerd, bedrukt, geweven of eventueel gebreid zijn. Bovendien zijn dit geen Aran-patronen, maar Keltische. Er is immers een duidelijk onderscheid tussen deze twee: Aran-patronen lopen recht door tot de rand van het oppervlak, Keltische patronen zijn altijd afgerond; ze hebben een duidelijk einde of het einde gaat naadloos weer over in het begin (zie het artikel over Keltische patronen op deze weblog). Kiewe had overigens een goede reden om het Aran-breiwerk te mythologiseren: in de veertiger jaren organiseerde hij als een van de eersten de grootschalige productie van Aran-truien. Ze werden op de Schotse eilanden gebreid, omdat er te weinig breisters waren in Ierland zelf.

Aran-truiOver de herkenbaarheid van de slachtoffers van de woeste zee aan de hand van het breisel van hun trui bestaat overigens ook geen enkele schriftelijke bewijsvoering. Er is waarschijnlijk nooit een dode schipper met een Aran-trui aan gevonden, al was het maar omdat Aran-schippers geen Aran-truien droegen. In oudere tijden droegen de mannen van Aran kleding van geweven stof in de natuurlijke wolkleur, indigo geverfd of grijze flannel, geweven met afwisselend natuurlijke en indigo-geverfde wol. In de film Man of Aran is een paar seconden een vrouw te zien die breit: ze breit een sok.

Het kenmerk van het model van een Aran-trui is dat het platgebreid is; de stukken worden daarna aan elkaar gezet. Dit in tegenstelling tot de meeste schipperstruien van de Britse eilanden, die worden rondgebreid. Met rondbreien kan men veel beter een trui op maat breien en het eindresultaat draagt comfortabeler. Bovendien zijn rondgebreide truien sterker; er zijn immers geen naden die los kunnen gaan. Het vraagt echter meer aandacht bij de constructie van de trui, wat het breien tijdrovend maakt. Het ligt voor de hand dat rondbreien gebruikt wordt wanneer de drager in de buurt is om regelmatig de trui in wording te passen. Bij een grootschalig opgezette productie is platbreien makkelijker en sneller en kan men makkelijker de standaardmaten bereiken door de losse stukken breder of smaller en korter of langer te maken.

Aran-trui door Alice Starmore, ontwerp Na CragaDe beste manier om de geschiedenis van een bepaalde kledingstijl te bestuderen, wanneer schriftelijke bronnen ontbreken, is aan de hand van de kledingstukken zelf. In het National Museum of Ireland bevinden zich enkele Aran-truien, welke uitgebreid bestudeerd en beschreven zijn door de bekende Schotse auteur van breiboeken Alice Starmore (in haar boek Aran Knitting). De Aran-truien in dit museum zijn hoogstwaarschijnlijk niet ouder dan de dertiger jaren van de vorige eeuw; de oudste donatie is van 1937. De herkomst (de naam van de maakster) van deze truien is in alle gevallen onbekend. Overeenkomst van alle onderzochte truien is dat ze (zo goed als) ongedragen zijn en dat ze gebreid zijn van gewassen wol (in tegenstelling tot wat de traditie voorschrijft). Het is onaannemelijk dat ongedragen truien vaak gewassen zijn, waardoor het natuurlijke vet van de wol verdwenen zou zijn. Aannemelijk is dus dat ze van gewassen garen gebreid zijn. De twee vermoedelijk oudste truien zijn geheel of deels rondgebreid, de andere platgebreid.

Waarschijnlijk ontstaan
Nadat Ierland in 1921 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië is de Ierse regering zich serieus gaan bezighouden met het welzijn van de bevolking van de Aran-eilanden. Eerste stap was de verlossing van het feodale juk van de Digby-familie. Daarnaast werd de economische ontwikkeling van de Arans en West-Ierland, met name op het gebied van de visvangst, sinds 1891 bevorderd door de Congested Districts Board of Ireland, in 1923 overgenomen door Department of Fisheries and Rural Industries. Deze organisatie zorgde voor de aanleg van steigers, levering van betere vissersboten en het opzetten van een visverwerkende industrie. Voor deze visverwerkende industrie werd grootschalig gebruikgemaakt van arbeidsters van het vasteland van Ierland en de Schotse eilanden. Zeer aannemelijk is dat deze dames hun breinaalden meenamen naar West-Ierland en de Arans.

Aran fishermen

Breien is een sociale activiteit. Bekend was dat wanneer door slecht weer aanvoer van verse vis niet mogelijk was, de visverwerksters (import en lokaal) in groepen samenkwamen in wat men ‘knitting courts’ noemde: breigroepen. En zoals nu een aantal breisters bij Aran-vestelkaar patronen en technieken uitwisselt, zal dat toen niet anders geweest zijn. Ongetwijfeld hebben de bewoonsters van de Aran-eilanden, waar tot dan slechts sokken werden gebreid, veel opgestoken van de dames uit Schotland en Donegal. Hoe zich uiteindelijk de typische Aran-stijl heeft ontwikkeld zal wel altijd in de mist van de geschiedenis verborgen blijven. Schriftelijke bronnen tonen echter aan dat het omslagpunt van gekopieerde Schotse ganseys naar de Aran-stijl zoals we die nu kennen, rond 1946 moet liggen. Dat slimme marketeers, waaronder Kiewe zelf, daarna met gebruikmaking van diens mythe over de eeuwenoude Aran-breitraditie, aan de haal zijn gegaan en op het vasteland van Ierland en op de Schotse eilanden een industrie van Aran-truien en -vesten hebben opgezet is inmiddels wel duidelijk. Ongetwijfeld hebben de breisters op de arme Aran-eilanden, het zullen er niet meer dan 200-300 geweest zijn, een graantje meegepikt, maar de kans dat u ooit een trui afkomstig van de Aran-eilanden in uw handen zult houden is uiterst minimaal.

Aran-trui, rondgebreid van donkerblauwe wol van Debbie BlissIn die zin is dit een beetje een teleurstellend verhaal geworden: de Aran-breitraditie is niet eeuwenoud, ze zijn zelden als schipperstrui gebruikt en de meeste Aran-truien komen niet van de Arans. Desalniettemin blijft de Aran-breitechniek een mooie breitechniek waar u prachtige truien en vesten mee kunt maken. Het goede nieuws is bovendien dat, ondanks het complex ogende eindresultaat, deze techniek eenvoudig te leren is wanneer u al een beetje brei-ervaring hebt. En bij een traditie die eigenlijk nog relatief kort bestaat, is er geen reden waarom u een Aran-trui voor uzelf of uw naaste niet zou rondbreien. Ikzelf ben in ieder geval zeer tevreden met mijn favoriete, rondgebreide Aran-trui, hiernaast afgebeeld.

Bronnen
Boeken
The Sacred History of Knitting – Heinz Edgar Kiewe
Patterns for Guernseys, Jerseys and Arans – Gladys Thompson
Traditional Aran Knitting – Shelagh Hollingworth
Aran Knitting – Alice Starmore

Links
Clan Arans
Een website die de legende van iedere Aran-familie zijn eigen patroon nog levend houdt. Overigens een uitstekende bron van inspiratie.
The Aran Islands
Toeristische informatie over de Aran-eilanden.

Rondbreien van een Aran-trui; de lichte draadjes scheiden de kabelpatronen

Geborduurde schoudertas van een Thaise bergstam

Karen schoudertas

De hier afgebeelde schoudertas vonden wij op de nachtmarkt van de Noord-Thaise stad Chiangmai, een markt die, zoals de naam al zegt, begint rond zes uur ‘s avonds en waar de bergstammen uit de hele omgeving hun handgemaakte producten komen verkopen. Je kunt er voor een prikkie mooi weef- en borduurwerk kopen, maar het is soms nogal commercieel. Deze tas zag er heel oorspronkelijk uit, maar is dit ook werkelijk zo?

De Karen-bergstam
Ons werd verteld dat dit tasje afkomstig was van de Karen, een bergstam die leeft in het grensgebied van Thailand, Myanmar en China. Ze komen waarschijnlijk van oorsprong uit de Gobi-woestijn, zijn eeuwen geleden naar het gebied dat nu Myanmar heet getrokken en in de 19de eeuw daar verdreven naar Noord-Birma en Noordwest-Thailand. De Karen in Myanmar voeren al tientallen jaren een guerrilla tegen het militaire bewind aldaar, waardoor er veel mensen hebben moeten vluchten naar Thailand.

Karen dorp aan de Mae Kok rivier

Padaung-vrouwenIn Thailand, en meer nog in Myanmar en Laos, leven veel etnische minderheden die hun eigen taal, cultuur en gebruiken kennen. De Karen, die door de Thais Kariang worden genoemd, zijn de grootste bergstam in Thailand. Ze zijn onderling weer verdeeld in diverse stammen, waarvan er één is die u vast wel kent: de langnek-Karen of Padaung. De vrouwen van deze stam dragen om hun hals een groot aantal koperen ringen waardoor ze een langere nek krijgen, vandaar de (bij)naam. De Karen spreken een taal uit de Tibeto-Birmaanse taalgroep en hangen voornamelijk een animistisch geloof aan, een geloof in geesten, die bijvoorbeeld verbonden zijn aan de grond, aan planten, dieren of voorouders.

Het mooie voor ons handwerkliefhebbers is dat de diverse Karen-stammen, maar ook andere bergstammen in dit gebied, nog vaak hun handgemaakte, traditionele kostuums dragen, wat ze een bezienswaardigheid maakt voor toeristen. De leden van bergstammen zijn vaak armer dan de gewone Thais, maar weten tegenwoordig enigszins te profiteren van het toerisme door de verkoop van traditionele volksnijverheidproducten, zoals handgemaakt textiel, vlechtwerk, houtsnijwerk en dergelijke. Zo kwamen wij dus ook aan deze mooie schoudertas.

De schoudertassen van de Karen
Voor de Karen is de schoudertas bijna een vast onderdeel van hun traditionele kleding. Wanneer u op een willekeurig moment een Karen-bergdorp zou bezoeken, loopt waarschijnlijk de helft van de bewoners met een schoudertas rond: kinderen voor hun schoolboeken, vrouwen voor de boodschappen, kleding en dergelijke.

Karen-weefster met heupweefgetouwDe tas is meestal gemaakt van twee delen handgeweven stof: één deel voor de schouderband en zijkant van de tas, een tweede deel voor de voor- en achterkant. De tas kan in veel kleuren uitgevoerd zijn, meestal pastelkleuren. Verder komt men donkerblauw, donkerrood, bruintinten en oranje tegen. De patronen zijn meestal geometrisch: driehoeken, vierkanten, sterren en dergelijke. Vaak is de onderkant met kralen versierd.

Deze schoudertas
Karen-schoudertas compleet‘Onze’ schoudertas is uitgevoerd in een oranje stof van geweven hennep, wat een gebruikelijk materiaal is in deze streken. De tas wordt gesloten door een grote ronde, zilveren knoop aan de voorkant door een lus die aan de achterkant vastzit. Op de ondergrond aan de voorkant is een stuk oranje borduurstof vastgezet, geborduurd met kruissteken in geometrische patronen in oranje, bruin en groen.

De onderkant van de tas is voorzien van applicatiewerk in blauw, oranje en rood, waarbij de breedste band is voorzien van fijn borduurwerk in satijnsteek. Helemaal aan de onderkant hangen strengen kralen, uitlopend in wollen franje. De tas is, zonder franje, ongeveer 23 cm breed en 33 cm hoog.

Tas in traditioneel Yao-borduurwerkKaren-schoudertassen zijn traditioneel gemaakt van handgeweven stof, terwijl deze tas dus geborduurd is. De Karen staan bekend om hun prachtige weefsels, maar ze borduren niet. Met deze tas is dus iets vreemds aan de hand. Het zijn met name de Yao (ook wel Mien genoemd) die bekend zijn om hun fraaie borduurwerk, maar het Yao-borduurwerk ziet er heel anders uit; vergelijkt u het maar eens met de Yao-tas die hiernaast is afgebeeld: heel andere patronen en de typische Yao-kleuren blauw, geel en groen.

De kleuren en patronen die in de Karen-schoudertas zijn verwerkt zijn echter wel typisch in de Karen-stijl, maar de uitvoering als borduurwerk is ongebruikelijk. We weten niet hoe dit komt: een gelegenheidssamenwerking, een lid van een bergstam die een nieuwe, commerciële richting zocht, ingegeven door de toeristische vraag?

Telpatroon van het borduurwerk
Karentasje - detail van het borduurwerkWat overeind blijft is dat we het een mooie tas vonden en hem hebben meegenomen. We hebben een teltekening gemaakt van het fraaie borduurwerk, met opgave van DMC-kleurnummers, alhoewel het borduurwerk is gemaakt met een lokaal garen, dat dikker is dan een DMC-draad. We raden daarom aan om de tas met twee draden op een 11-draads aftelbare stof te borduren (bijvoorbeeld Jobelin).

U vindt de teltekening van het borduurwerk van de tas hieronder, met de DMC-kleurnummers (klik op de afbeelding voor een vergroting). Omdat applicatiewerk toch weer een heel andere techniek is, hebben we de onderste banden op de tas in de teltekening ook uitgevoerd als kruissteekborduurwerk.

Meer informatie
Over de Karen op deze website: www.stolaf.edu/people/leming/artifacts99.htm
Bibliografie over textiel van Thaise bergstammen: http://www.tribaltextiles.info/bibliographies/Thailand_books.htm

Karentasje - telpatroon  Karentasje - legenda DMC-kleuren


Yatak, chapan en chekman: traditionele overjassen uit Centraal-Azië

Chapan uit de Ferghana-vallei - 19de eeuw, ikat

In het ruige landschap van Centraal-Azië hebben sinds prehistorische tijden mensen rondgetrokken: herdersstammen met hun kudden, maar ook handelskaravanen langs de bekende zijderoute tussen China en het Midden-Oosten. Het klimaat in dit gebied kent grote uitschieters, waardoor degelijke kleding een absolute noodzaak is. De mannen in deze landen dragen lange mantels over hun kleding, waarbij de uitvoering kleurrijker en het materiaal duurder is naarmate de bezitter aanzienlijker is. U hebt allemaal wel eens zo’n jas gezien: de Afghaanse president Hamid Karzai draagt er altijd een bij officiële gelegenheden.

Kaart van de Ferghana-vallei in Oezbekistan en TadjikistanCentraal-Azië is een gebied ruwweg tussen het noorden van Iran en het westen van China. Alhoewel de definitie van het gebied varieert, gaat men over het algemeen uit van de landen die op ‘stan’ eindigen: Kazachstan, Kirgizstan, Tadzjikistan, Turkmenistan en Oezbekistan, alle voormalige Sovjet-republieken. Het gebied is niet erg geschikt voor landbouw – het bestaat voornamelijk uit bergen, steppen en woestijnen – en wordt al duizenden jaren doorkruist door herdersvolken, op zoek naar graasgebieden voor hun kudden. Daarnaast is het een kruispunt van diverse culturen met eeuwenoude handelsroutes, bekend onder de naam zijderoute. Met iedereen altijd onderweg was het belangrijk dat alle benodigdheden voor het dagelijkse leven makkelijk vervoerd konden worden, verpakt in tassen en stoffen. Door deze behoefte ontstond hier al vroeg een textielindustrie.

Ontstaan van een ikat-traditie
Met name in de Ferghana-vallei, gelegen in het westen van het tegenwoordige Oezbekistan, ontstond zo’n 2500 jaar geleden een rijke textielindustrie, waarbij vooral katoen en zijde het basismateriaal vormde. De teelt van de zijderupsen was traditioneel vrouwenwerk, terwijl de mannen de cocons kookten om de draad af te wikkelen. De gesponnen garens werden door garenververs, vaak joden, gekleurd door middel van de ikat-afbindmethode. Hierbij worden delen van de garens afgedekt, waarbij de niet-afgedekte delen wel een kleur krijgen en de afgedekte delen hun oorspronkelijke kleur behouden. Traditioneel leverde iedere garenverver één kleur, wat maakte dat naarmate een stof meer kleuren bevatte deze steeds kostbaarder werd. De gekleurde garens gingen daarna terug naar de families die de zijde hadden geteeld, om vervolgens geweven te worden.

Hamid Karzai met een gestreepte chapanDe ikat-stoffen werden in de regel in een combinatie van zijde en katoen geweven, waarbij de ketting van ikat-gekleurde zijde was en de inslag van een monochrome katoen. Hieraan ligt een islamitische motivatie ten grondslag: men gaf er de voorkeur aan dat de huid voornamelijk met de katoen in contact kwam in plaats van met de zijde, waarvan men de aanraking te sensueel achtte. Het ontwerp van de stoffen werd in heldere kleuren uitgevoerd: roze, geel, lila, groen, rood, blauw en zwart. Daarmee contrasteerden deze kleurrijke ikat-stoffen met het wat grauwe landschap. Abstracte motieven, zoals grote concentrische cirkels en diagonale strepen, waren gebruikelijk. Eeuwenlang is deze textieltechniek in en rond de Ferghana-vallei uitgevoerd. Pas tijdens het Sovjet-tijdperk, toen grote groepen Turkmenen naar Afghanistan vluchtten, ontstond ook daar een zijde-industrie. De jas van Hamid Karzai is dus eigenlijk niet inheems.

Verschillende soorten khalat
De traditionele overjas of khalat, van voren open, lengte vaak tot over de knie en met lange mouwen, uitgevoerd in ikatstof of van geborduurd velours, was vaak een schenking van een lokale vorst aan zijn ondergeschikten en gasten, volgens de moslimtraditie om een jas als geschenk aan een welkome bezoeker te geven, een blijk van gastvrijheid. Het woord khalat stamt van het Arabische khilat, dat kledingstuk betekent. Het woord khalat wordt daarnaast ook gebruikt voor de ceremonie van het aanbieden van de mantel.

Chapan van ikat uit Oezbekistan, begin 20ste eeuw

Terwijl de gewone man meestal een gestreepte khalat droeg, toonden de voornamen hun rijkdom door diverse ikat-khalats over elkaar te dragen. Men onderscheidt drie soorten khalats:

  • de yatak, een dunne zomerjas;

  • de chapan is een gevoerde winterjas (Vergelijk de overeenkomst met het Russische woord kaftan en het Poolse woord zupan, welke in beide gevallen als kledingstuk voortkomen uit de chapan. Het woord chapan wordt ten onrechte nog wel eens voor alle Centraal-Aziatische jassen gebruikt.);

  • de chekman is een jas van schapenvel of kamelenhaar, gevoerd met katoen, zijde of een combinatie daarvan.

Afghaanse chapan uit de 20ste eeuwIn alle drie de gevallen is de khalat aan de randen afgewerkt met geweven of geborduurde banden, sheyraz geheten. De khalat wordt gedragen over een lang overhemd en een broek, terwijl als schoeisel vaak laarzen gebruikelijk zijn. Een muts van astrakan of een tyubiteika, een met borduurwerk versierd mutsje, completeert het geheel. Vaak doet men de khalat niet ‘aan’, maar slaat men deze losjes om de schouders, dus met de armen niet in de mouwen. We komen ook regelmatig khalats tegen met mouwen die bijna net zo lang als de jas zijn; bijzonder onpraktisch om daar de armen in te hebben!

Khalats hebben geen zakken. Toiletartikelen, aanstekers en kleine, bewerkte tasjes werden aan een riem gedragen. De tasjes waren meestal met borduurwerk versierd, waarbij iedere stam zijn eigen patronen had.

De uitvoering van de khalat is afhankelijk van de maatschappelijke status van de drager. Zo droegen de vroegere vorsten in deze gebieden khalats van velours, vaak versierd met borduursel van goud- en zilverdraad. Goudbrokaat khalats met zijden ikatvoering of jassen van velours waren gereserveerd voor prinsen en hoge hoffunctionarissen. Leden van de stedelijke elite droegen zijden ikatjassen. De gewone stedelingen, boeren en nomaden dragen katoenen khalats, die meestal gestreept zijn.

Khalat uit Boekhara van zijdebrocaat, laat 19de eeuw

Mohammed Alim Khan van Boekhara draagt een chapan van zijde uit eigen atelierDe indrukwekkendste khalats zijn uitgevoerd in velours van kasjmier wol, versierd met goud- en zilverborduurwerk en gevoerd met ikatstof, een symbool van rijkdom en macht van de drager. Sommige khans (plaatselijke vorsten), zoals die van Boekhara, hadden eigen ateliers waar deze vervaardigd werden. Het rijke borduurwerk met goud- en zilverdraad werd uitgevoerd door mannen, omdat men geloofde dat vrouwenhanden het gouddraad zouden aantasten. Tegenwoordig wordt het borduurwerk in deze streek in ateliers juist door vrouwen gemaakt.

Een khalat kopen
Traditionele khalats komt men nog wel eens tegen op veilingen van onder andere het veilinghuis Christies en in vooraanstaande textielgalerieën. Verkoopprijzen liggen dan tussen de € 400 en €3.000, sterk afhankelijk van ouderdom en kwaliteit. In Amsterdam verkoopt de in Centraal-Aziatische textiel gespecialiseerde galerie Shirdak khalats. Via het internet vindt u ook wel webwinkels die khalats en charpans verkopen, maar deze zijn dan meestal van met moderne technieken gefabriceerde stoffen gemaakt en dus lang niet zo interessant.

Meer informatie

Boek
Asian Costumes and Textiles, Skira Editore, Milaan, ISBN 88-8118-971-2

Internet
Artikel over alle uitingen van de Oezbeekse cultuur
Online galerie 30meeting.com, Charleston, SC, Verenigde Staten
Oezbeekse nationale kleding
Shirdak Silkroad Textile

Chapan van ikat, Oezbekistan, 19de eeuw

De mola’s van de Kuna-indianen uit Panama

Ibdurgan mola

De Kuna-indianen zijn een inheems volk, dat leeft in de autonome regio Kuna Yala aan de Atlantische oceaan in Panama. Zij hebben door de eeuwen heen hun eigen cultuur goed weten te behouden. Vooral de mola’s, de textiele panelen gemaakt in omgekeerd applicatiewerk die de blouses van de traditionele kleding van vrouwen sieren, zijn wereldwijd bekend. In dit artikel gaan we wat dieper in op de mola’s, wat de betekenis is voor de cultuur van de Kuna’s en hoe ze gemaakt worden.

De Kuna’s
Kaart Cuna YalaTegenwoordig leven de Kuna’s in een kuststrook in het noorden-oosten van Panama, aan de Atlantische oceaan, en vooral op de San Blas eilanden, een groep van ruim 300 eilanden voor die kust. De Kuna’s komen van oorsprong uit Colombia, trokken, nadat de Spanjaarden rond 1500 de streek kolonialiseerden, naar de binnenlanden van wat nu Panama heet en vestigden zich later in de kuststreek en op de San Blas eilanden om het ongezonde klimaat en de muskieten in het tropisch regenwoud te ontvluchten.

Cuna-dorp op eiland

In de jaren twintig van de vorige eeuw probeerde de regering van Panama de cultuur van de Kuna’s te onderdrukken. De Kuna’s hebben zich hier actief tegen verzet, uitmondend in een opstand in 1925, die de Kuna’s wonnen. Sindsdien hebben de Kuna’s hun eigen, autonome regio gekregen, de Kuna Yala of Comarca San Blas, met een eigen systeem van zelfbestuur. De Kuna’s leven van de landbouw, visvangst en het toerisme en ook de productie en verkoop van de mola’s speelt daar een rol in. Ze hebben externe invloeden goed weten op te vangen en dragen zorg voor een verantwoord gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en het behoud van hun eigen cultuur en identiteit.

Cultuur en maatschappij
Cuna-vrouw met mola-blouseDe Kuna’s zijn animistisch (alhoewel christelijke zendingsdrift ook hier plaatselijk zijn invloed heeft) waarbij elk object (bomen, planten, dieren, grond) een praktische en een mythologische identiteit heeft. Dat verklaart ook het respect voor de natuur, die volgens het Kuna-geloof slechts voor verantwoord gebruik aan de Kuna’s ter beschikking is gesteld. Tradities en mythologie worden mondeling overgedragen via lange, gezongen verhalen tijdens nachtelijke dorpsbijeenkomsten.

De maatschappij van de Kuna’s is matriarchaal georganiseerd; de vrouw is het hoofd van de familie, afstamming loopt via de vrouwelijke lijn en na het huwelijk trekt de bruidegom in bij de familie van zijn vrouw en helpt zijn schoonvader. Ook geestelijk is dit zo: in de Kuna-godsdienst is de hoogste heiligheid de aarde, die Grote Moeder wordt genoemd. Het zijn echter de mannen die contact met de geesten hebben, terwijl de vrouwen zich meer met de praktische zaken van het leven bezighouden.

De oorsprong van de mola’s
Mola-blouseDe mola’s hebben niet altijd deel uitgemaakt van de cultuur van de Kuna’s. De ontwerpen van de mola’s zijn gebaseerd op de tatoeages die de Kuna’s op hun lichaam aanbrengen. Pas na de Spaanse kolonialisatie en onder invloed van missionarissen zijn de Kuna’s kleding gaan maken met de patronen die ook voor de tatoeages werden gebruikt; in eerste instantie in gedrukte vorm, later in applicatiewerk. Men denkt dat de oudste mola’s zo’n 150 tot 175 jaar oud zijn.

Mola met acht pijpen (collectie Marion Wetter)De patronen die voor de mola’s worden gebruikt weerspiegelen het gedachtegoed van de Kuna’s; ze zijn gebaseerd op de natuur en de mythologie en bevatten gestileerde afbeeldingen van dieren, planten en de leefomgeving van de Kuna’s. De ontwerpen evolueren mee met de ontwikkeling van de maatschappij: moderne mola’s bevatten ook ontwerpen die beïnvloed zijn door tijdschriften, advertenties of dingen uit het dagelijks leven in de grote stad. De meeste patronen zijn echter gebaseerd op de mythologie van de Kuna’s, waarbij men wel zegt dat de woorden van mannen de ontwerpen van de vrouwen worden.

Quilt gemaakt van negen mola'sWat zijn mola’s eigenlijk precies? Een mola is een rechthoekig, horizontaal stuk textiel, gemaakt in omgekeerd applicatiewerk, dat gebruikt wordt voor de versiering van de blouses die de Kuna-vrouwen dagelijks dragen. Mola’s gaan daarom in paren: een voor- en een achterkant van de blouse. Als er een verschil is tussen de twee, dan wordt de mooiste mola gebruikt voor de rugzijde van de blouse. De mola wordt alleen gebruikt voor de romp; schouders en mouwen worden gemaakt van een gekleurde, katoenen stof (zie de foto’s).

Techniek
Detail van het applicatiewerk van een mola (klik op afbeelding)Een mola wordt gemaakt in omgekeerd applicatiewerk. Hierbij worden twee of meer lagen gekleurde katoen van dezelfde maat op elkaar gelegd en vastgestikt. Vervolgens wordt het patroon uitgeknipt uit de bovenste laag stof, zodat op die plaatsen de onderliggende stof zichtbaar wordt. De rand van de bovenste laag stof wordt naar achteren omgeslagen en met fijne steekjes vastgezet op de eronder liggende stof. In die zin verschilt deze techniek van ‘gewoon’ appliceren, omdat bij die techniek de afbeelding wordt gevormd door kleine stukjes stof vast te naaien op een grotere ondergrond.

Cuna-vrouw bezig een mola te makenEen mola kan bestaan uit twee lagen katoen met een verschillende kleur, maar ook meer lagen komen vaak voor, soms meer dan zes lagen stof, waarbij telkens een patroon wordt uitgeknipt en afgewerkt om de kleur daaronder te laten zien. Belangrijk is daarbij het gebruik van fijngeweven katoen, zodat deze niet gaat rafelen. Hoe meer lagen een mola bevat en hoe fijner de afwerking, des te meer tijd kost het om zo’n mola te maken. De tijd, nodig om een mola te maken, varieert van twee weken tot zes maanden. Het is duidelijk dat hoe complexer een mola is, hoe kostbaarder die is, want behalve voor eigen gebruik worden de mola’s tegenwoordig ook aan toeristen verkocht.

Cuna-hut met molas

Soms wordt voor een onderlaag diverse stukjes stof van verschillende kleuren gebruikt, zodat de diverse delen van het uitgeknipte patroon een andere achtergrondkleur krijgen. Traditioneel wordt het stikwerk in een eenvoudige steek uitgevoerd met dezelfde kleur garen als de stof, zodat het zo min mogelijk zichtbaar is, maar men komt ook geborduurde steken tegen, soms als toevoeging op het in applicatiewerk uitgevoerde patroon.

Patronen
Meander-mola (collectie Marion Wetter)De patronen van mola’s worden ingedeeld in groepen, gebaseerd op de afbeeldingen die ze weergeven. We onderscheiden de volgende groepen van patronen:

Meanders, in het Dulegaya, de taal van de Kuna’s, ‘bisu’bisu’ genoemd, wat meanderende steen betekent. Hiermee wordt koraal bedoeld. Ook de kronkelige dorpspaden in de Kuna-dorpen zijn een inspiratiebron voor dit soort mola’s.

Oude mola’s, in het Dulegaya ‘sergan mola’s’ genoemd en ook wel Sergan mola (collectie Marion Wetter)grootmoeders mola’s. Dit zijn mola’s met abstracte of geometrische patronen, geïnspireerd op de symboliek rond de voorouderverering.

Dierlijke mola’s (‘ibdurgan mola’s'). Dit is een grote groep: wel 40% van alle mola’s hebben dergelijke patronen. In de Kuna-mythologie hebben dieren menselijke of symbolische eigenschappen.

Mythologische mola’s (‘pabgan igar’). Deze mola’s bevatten een weergave van een mythologisch verhaal uit de Kuna-traditie.
Mythologische mola (collectie Marion Wetter)Er zijn daarnaast mola’s met afbeeldingen van objecten, gereedschappen, huishoudelijke dingen of dagelijkse activiteiten. Bovendien ontwikkelt de mola zich nog steeds, want het is een levende kunstvorm die niet, zoals elders vaak gebeurt, alleen voor toeristen wordt uitgevoerd. Deze moderne mola’s putten hun inspiratie uit het moderne leven, tijdschriften en verhalen over de grote stad van Kuna’s die in Panama City werken of studeren.

Het maken van mola’s is een mooie, delicate techniek die u best eens zelf zou kunnen proberen. Het aantrekkelijke van deze textieltraditie is dat deze zich nog steeds verder ontwikkelt, zonder dat het oorspronkelijke ervan wordt aangetast.

Meer informatie

Internet
Panama Mola, galerie in Oostenrijk die mola’s verkoopt, ook per post (met dank voor de toestemming voor het gebruik van een aantal foto’s in dit artikel).
Molas, technique, history & the women who make them. Kort artikel met een heleboel verwijzingen naar andere websites over mola’s en de Kuna’s.
Sheldon Art Galleries
Uitgebreid en prachtig geïllustreerd artikel (PDF) over de Kuna’s en hun mola’s naar aanleiding van een tentoonstelling in deze galerie, met een uitgebreide bibliografie en verwijzing naar meer websites.

Boeken
Magnificent Molas: The Art of the Kuna Indians, door Michel Perrin. Een diepgaande en rijk geïllustreerde studie over de Kuna’s en de mola’s, met veel aandacht voor de achterliggende symboliek van de ontwerpen.
Charlotte Patera:  Mola Techniques for Today’s Quilters (American Quilter’s Society Publications).
Mola Designs door Frederick W. Shaffer. Bevat ontwerpen van mola-patronen om zelf mola’s te maken.

Cuna-vrouw met mola-blouse

Jan Houtman, vernieuwer van de traditionele Nederlandse merklap

Merklap van Jan Houtman uit 1969

Al eeuwen maken borduursters merklappen , waarbij vaak voorbeelden van vroeger worden nageborduurd. Ongeveer veertig jaar geleden begon Jan Houtman merklappen naar eigen ontwerp te borduren, die tegenwoordig wereldwijd bekendheid genieten. Het bijzondere is dat hij geen ontwerp vooraf maakte, maar ‘gewoon’ begon te borduren en het ontwerp geleidelijk aan vorm kreeg. Jan Houtman is op 14 juli 2007 in zijn woonplaats Aerdt overleden, waarmee Nederland een van haar invloedrijkste handwerkkunstenaars verloor.

Levensloop
Jan Houtman borduurtJan Houtman werd in 1929 geboren en groeide op in Medan, op het eiland Sumatra, Nederlands-Indië. Hij volgde het gymnasium in Duitsland en daarna de grafische school in Amsterdam. Na enige tijd voor een aantal drukkerijen gewerkt te hebben begon hij in 1954 in Arnhem een eigen drukkerij. Zijn grafische vakkennis, waarvan de typografie – de vaardigheid van het vormgeven van teksten – een belangrijk onderdeel uitmaakte, vormde de basis van zijn belangstelling voor de merklap. Toen hem eens een merklap te koop werd aangeboden, won hij deskundig advies in bij Albarta Meulenbelt, de toenmalige conservatrice textiel van het Nederlands Openluchtmuseum, eveneens in Arnhem. Zij raadde hem de aankoop af en kreeg hem enthousiast om eens zelf te proberen een merklap te maken.

Jan Houtman - gelegenheidsmerklap 30 jaar bordurenWe zouden kunnen zeggen: de rest is geschiedenis. Vanaf 1968 maakte Jan Houtman merklappen naar eigen ontwerp. Hij heeft er zo’n honderddertig gemaakt en zeker wanneer je zijn stijl kent, dwingt dat respect af. Een groot deel van zijn werken is tentoongesteld in zijn prachtige huis, de hofstede ‘De Haemmaeker’ in Aerdt (in de buurt van Zevenaar). ‘s Zomers zijn deze aldaar te bezichtigen.

In 1988 organiseerde het tijdschrift Handwerken zonder Grenzen een borduurwedstrijd voor mannen. Hij won toen een prijs met een speciale kerstmerklap. Henriette Beukers, de hoofdredactrice van het tijdschrift, vond dit zo een aardig idee dat er nog diverse malen een kerstmerklap van zijn hand in Handwerken zonder Grenzen is gepubliceerd. Uitgeverij Cantecleer heeft naar aanleiding daarvan tweemaal een boek met ontwerpen van kerstmerklappen van hem gepubliceerd.

Jan Houtman - Levensboom

In 2007 was Jan Houtman, na lange ziekte, weer anderhalf jaar actief met het maken van nieuwe merklappen. Ik heb hem diverse malen op handwerkbeurzen ontmoet, die hij samen met zijn levensgezel Theo Spaan bezocht. Een bijzonder aimabel mens. Een nieuwe ziekte kwam hij helaas niet te boven; hij overleed op 14 juli 2007, thuis in zijn woonplaats Aerdt.

Eigen stijl
Jan Houtman - Bloemenmerklap 1969De ontwerpen van Jan Houtman hebben een duidelijke eigen stijl, waarmee ze zich onderscheiden van de traditionele merklap, zoals je die in Nederland het meest ziet. Zijn stijl kenmerkt zich door een verfijnde invulling en rijke detaillering, waarbij er weinig ‘witte vlakken’ overblijven. Dit maakt dat je op een merklap van hem niet snel raakt uitgekeken; men vindt telkens nieuwe, boeiende details. Alhoewel hij een duidelijke eigen stijl heeft, maakte hij zelf daarop ook wel eens een uitzondering. Opvallend is bijvoorbeeld de merklap ‘Fantasie is iets dat velen niet begrijpen’ (2002), die door het gebruik van een groot aantal kleurvakjes een opvallend moderne uitstraling heeft en vaag aan het werk van de schilder Piet Mondriaan doet denken.

Bijzondere werkwijze
Jan Houtman - Notenkraker 2000Jan Houtmans merklappen kenmerken zich ook door een bijzonder goed gevoel voor compositie. Ook daarin herken je de kwaliteit van een echte typograaf. Het bijzondere hiervan is dat Jan Houtman geen tekening vooraf maakte; hij begon gewoon te borduren en liet het werkstuk dan groeien tot het eindresultaat: een merklap met een perfecte compositie. Wie doet hem dat na? Jan gebruikte in de regel een fijne kwaliteit witte aida. Wanneer je bij hem op bezoek kwam terwijl hij aan het borduren was, kreeg je dan ook geen hand. Hij wilde zijn borduurwerk brandschoon houden.

Zijn merklappen zijn te bezichtigen in de sfeervolle hofstede ‘De Haemmaeker’ in Aerdt, aan de Aerdtsedijk 10. Openingstijden 1 april t/m 30 september, donderdag t/m zondag 11.00 – 17.00 uur. Meer informatie vindt u op zijn website www.janhoutman.com.

De handwerkwinkel Naald & Draad te Roermond verkoopt de patronen van een groot aantal merklappen van Jan Houtman, zie www.naaldendraad.com.

Boeken van Jan Houtman
Kerstmerklappen
Meer kerstmerklappen
Familiemerklappen met borduurpatronen
Merklappen met bloemen met bordurpatronen
Gelegenheidsmerklappen met borduurpatronen
(alle uitgegeven door Uitgeverij Cantecleer, alleen tweedehands verkrijgbaar)

Jan Houtman - Bevrijdingsmerklap

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.